Hoewel de lokale Britse industrie totaal in verval is geraakt, blijft Engeland nog steeds een onbetwiste grootmacht als het om singer-songwriters gaat. Van Kate Bush tot Nick Drake en Peter Gabriel tot Amy Winehouse – het leek nooit mis te kunnen gaan, maar inmiddels zijn er meer singer-songwriters dan ooit, en het ergste is dat ze bijna allemaal saai zijn: middelmatige mainstreampop, en dat is niet alleen in Engeland zo maar ook in Nederland.
De algemene kritiek op deze artiesten – dat ze allemaal hetzelfde klinken – valt moeilijk te weerleggen: meestal is het enige zichtbare verschil hoe ze in de markt zijn gezet. Zo heb je indie-artiesten als George Ezra en Hozier, en popartiesten als Ed Sheeran, Paolo Nutini en Sam Smith. Of de zogenaamd rebelse maar toch wel lekker toegankelijke artiesten als Jack Johnson en Frank Turner. Uiteindelijk zijn ze allemaal diezelfde gast die, gekleed in of een spijkerblouse of een pak, met een akoestische gitaar of achtergrondkoortje, bittere liedjes zingt over mislukte relaties.
Videos by VICE
Misschien waren de coffeeshopliedjes van Norah Jones een begin van deze trend. Haar debuut Come Away With Me uit 2002 staat nog steeds in de top 5 van meest gekochte liedjes van de 21ste eeuw in Engeland. Dat nummer vormde een bewezen succesformule waar anderen mee aan de haal gingen. Natuurlijk kunnen we Norah Jones niet de schuld van dit alles geven, maar vanaf dat moment was er wel een verandering zichtbaar.
Tegenwoordig is zowat elk muziekinstituut op jacht naar die nieuwe Ben Howard – in Engeland zijn dat The BBC Sound of, The Brit Awards en de Mercury Prize. In Nederland heb je de 3FM Awards en bestaat er zelfs een heel tv-programma dat De Beste Singer Songwriter van Nederland heet, en allemaal zijn ze in het leven geroepen voor één ding: om de muziek aan je moeder te kunnen verkopen (de groep die het meeste geld hieraan uitgeeft) en aan Amerika.
Het grote publiek lijkt de enorme toename van al die onbekommerde, kabbelende en softe singer-songwritersmuziek nog altijd totaal te omarmen: Ed Sheeran kan binnen drie minuten Madison Square uitverkopen, iets wat zelfs Beyonce niet kan zeggen. Tegelijkertijd lijkt het er ook op dat deze enorme stroom aan muzikanten zichzelf, zowel op artistiek niveau als commercieel, volledig heeft uitgehold door massamarketing.

Als je tegenwoordig het woord ‘singer-songwriter’ hoort denk je niet aan de geheimzinnige troubadours zoals Manu Chao: jongens in versleten t-shirts die in twaalf refreinen een linkse boodschap neerzetten. Ook denk je niet aan die vage Elliott Smith-typetjes die een manier hebben gevonden om jouw diepste en duistere gevoelens in muziek om te zetten. Nee, je denkt eerder aan vanille-ijs, kersttruien van je oma of aan Niels Geusebroek-types die meedoen aan The Voice of Holland, of een Nielson die zich sexy voelt tijdens het dansen. De rol van de singer-songwriter is grondig getransformeerd van politiek betrokken prediker naar emotie-onderzoeker naar door de industrie uitgekakt veevoer in een apenpakje dat bij awardshows een liedje moet komen zingen.
Alles wijst erop dat iedereen die in 2015 onder de vlag van singer-songwriter opereert een samenvoeging is van alles wat deprimerend is aan muziek. Dit is natuurlijk niet helemaal waar. Ja, je kunt Sam Smith de moordenaar van de diversiteit noemen, dat is wel erg makkelijk. Maar laten we er vooral voor zorgen dat het niet zover komt dat het woord ‘singer-songwriter’ je alleen al doet opschrikken alsof je wordt gestoken door een wesp. Want als je verder dan de hitlijsten kijkt, zie je een hele nieuwe generatie van echte singer-songwriters.
Nu zal er een hele groep mensen stoppen met lezen en direct doorscrollen naar de reactiebalk om dan te zeggen: “De echt goede muziek staat nooit in de top 40, Noisey. Sukkels!” Die mensen hebben natuurlijk gelijk. Elliott Smith, Nick Drake en Jeff Buckley werden allemaal gezien als goede singer-songwriters maar stonden nooit in de charts ( toen ze nog leefden). Maar soms gebeurt het nog wel eens dat een goede singer-songwriter de hitlijsten haalt. Zoals Laura Marling tijdens de Brit Awards van 2011. Zelf bleek ze nogal verbaasd dat ze iets had gewonnen. Of tijdens de Grammy’s van 2012, toen een hele generatie mensen op Twitter kwam met de vraag: wie o wie is Bonny Bear (Bon Iver)? Of zoals we een week geleden zagen, toen Beck een Grammy won en Kanye West daar niet blij mee was. Juist nu moet je door een heleboel suikerzoete en neppe shit heen om uiteindelijk een oprechte parel te kunnen vinden.
Tegenwoordig kan iedereen met een instrument en een goede internetverbinding een album uitbrengen. Artiesten die wel het luisteren waard zijn: in Nederland zijn dat bijvoorbeeld Yuko Yuko, Willie Darktrousers en Roy Santiago. En in Engeland onder andere Trust Fund, King of Cats, Alex G, Frankie Cosmos en Mac Demarco.
De belangrijkste overeenkomst is dat ze totaal niet op elkaar of op de rest lijken. Ik zal er niet te veel over uitweiden – jullie hebben allemaal oren en Google – maar wanneer Max van King of Cats zingt, dan weet je dat hij het is. En niemand zingt zo gladjes na 25 sigaretten als Mac deMarco. Deze jongens speelden gewoon op hun gitaar in hun slaapkamer, en maakten iets moois. Waar ze nu ook zijn, ze omringen zich blijkbaar met goeie mensen, die energie in ze steken en ze gaandeweg willen ontdekken, en ze willen dat ook voor jou: deze artiesten worden niet door een platvloerse marketingcampagne aan je opgedrongen.
Wat jouw definitie van DIY ook is, de singer-songwriter was ooit een politiek betrokken figuur. Bob Dylan stal niet van Woodie Guthrie om een fortuin te verdienen, hij imiteerde de traditionele manier van verhalen vertellen om politieke boodschappen te kunnen verspreiden. Ik wil niet zeggen dat liedjes over politiek meer betekenen dan die over liefde en andere aspecten van het leven – ik zeg alleen dat singer-songwriters moeten weten waar ze over schrijven.
Als je wereld alleen heeft bestaan uit dure privéscholen, zangles en hoe je je moet presenteren op de sociale media, dan weet ik dat je zingt om media-aandacht en niet voor de muziek. Trust Fund, King of Cats, Alex G, Frankie Cosmos en Mac Demarco hebben volgens mij allemaal sterke karakters die duidelijk in hun muziek naar voren komen. Dit komt doordat ze alle controle hebben over wat ze doen – een van de belangrijkste deugden van een singer-songwriter. Hoe meer mensen er bij het schrijfproces betrokken raken, hoe onpersoonlijker de muziek klinkt. Er zijn genoeg technische verklaringen waarom Harvey van Alex G klinkt zoals het nummer klinkt, maar het komt er vooral op neer dat hij alles op het album zelf heeft gedaan.
Je hoeft geen Einstein te zijn om te snappen dat een hoop singer-songwriters van nu eigenlijk alleen maar het ‘sing’-gedeelte beheersen. Ze staan misschien bekend als liedjesschrijvers, maar reken er maar niet op dat ze dat helemaal zelf kunnen. De teksten van het album X zijn niet alleen door Ed Sheeran maar ook door zes andere schrijvers geschreven. Sam Smith werkte voor In The Lonely Hour met negen cowriters samen en in de credits van Adele’s 21 worden twaalf schrijvers genoemd (alhoewel zeven van hen maar meewerkte aan één liedje). Vergelijk dat met alle liedjes die door Beck geschreven en gecomponeerd zijn en durf dan te beweren dat die andere mensen singer-songwriters zijn. Misschien is de term inmiddels al zo slap geworden dat niemand zichzelf zo nog wil noemen, maar het enige wat ik wil zeggen is dat als we iemand wél zo noemen, dat diegene dan ook echt over beide kwaliteiten moet beschikken. Alle Sheerans, Smiths, Buggs en Adeles – hoe goed ze ook met melodieën zijn – zijn vooral en alleen popsterren.
Grappig is dat het herdefiniëren van wat een singer-sonwriter nou eigenlijk is, gepaard gaat met – of misschien zelfs geholpen wordt door – een trend waarvoor ik al vreesde dat-ie zou komen sinds de agressieve marketing van baardverzorgingsproducten voor twintigers: een revival van de jaren zeventig. Als je het nog niet was opgevallen, alle webwinkels verkopen nu van die bloemetjesbroeken met wijde pijpen. Als je nog niet opzag tegen het aankomende festivalseizoen, dan kan je daar bij dezen mee beginnen.
Maar vergeet niet dat de jaren zeventig ook een enorme commerciële groei betekende voor singer-songwriters als Joni Mitchell, Bruce Springsteen, Patti Smith, James Taylor, Elton John, David Bowie en iedereen die solo ging nadat zijn of haar band uiteenviel. Een hele hoop artiesten van nu zien we elementen van die jaren zeventig hergebruiken.
Chris DeVille van Stereogum schrijft: “Een handjevol nieuwe en veelbelovende muzikanten stopt zijn of haar talent in muziek die doet denken aan de oprechte singer-songwriters van de jaren zeventig.” Hij doelt hiermee op artiesten als Tobias Jesso Jr., Father John Misty en Natalie Prass, die volgens hem klinken als “dat ene moment in de jaren zeventig toen zwaar georkestreerde bombastische studiopop werd toegepast op lieve, kabbelende maar vakkundig gemaakte deuntjes.”
Volgens mij is het grootste probleem voor de term ‘singer-songwriter’ dat het bijna net zo zinloos en breed is als EDM. Als je het toepast zoals het geformuleerd staat, zou je iedereen eronder kunnen scharen, van Mark Kozelek tot Daniel Bedingfield. Wat de term echt betekent is dat wat een persoon ook doet, hij het alleen doet.
We moeten we bij het genre singer-songwriter aan mensen denken die hun stempel op de muziek zetten, en niet aan de Ed Sheerans van deze wereld. Mac DeMarco zingt niet alleen ‘Ode To Viceroy’, hij is Viceroy! Het enige nummer van Ed Sheeran dat ook maar iets van hem door laat schemeren is Don’t. Een singer-songwriter ben je niet omdat je naam aan een liedje is verbonden dat tussen elke aflevering van Dokter Deen door de strot van de kijker wordt gedouwd, een echte singer-songwriter is oprecht en onafscheidelijk van zijn muziek.
Volg Emma op Twitter.
Meer
van VICE
-

-

The Apple Watch Ultra 3, because there aren't pics of a rumored, unreleased Ultra 4 yet. – Credit: Apple -

Bruce Willis -

Nickelodeon