Onze Belgische vrienden interviewden een paar dagen geleden een merkwaardige kunstenaar. Misschien ken je hem wel. Hij luistert naar de prikkelende Vlaamse naam Lieven Segers en is zo iemand die een vierkant tekent en dat dan een ‘abstract circle’ noemt. Die Belgen toch.
VICE: Ik hield heel erg van de tentoonstelling die je in
Galerie 1646 in Den Haag deed. Achteraf dacht ik na over waarom ik deze
tentoonstelling zo goed vond. Mijn eerste reden was dat je je werk
direct op de muren had gemaakt.
Lieven Segers: De
werken op de muur zijn uitvergrotingen van tekeningetjes die ik op
kleine papiertjes gemaakt heb. Ik hou ervan om kleine tekeningen met
een projector uit te vergroten omdat ze zo nog het karakter van een
klein werk in zich dragen. Zo is het uitlopen van de inkt op een klein
papiertje amper te zien maar op een uitvergrote projectie kan dit voor
zeer mooie en duidelijk golvende lijnen zorgen. Ook het tijdelijke
karakter van een muurtekening in een galerie vind ik interessant. Je
weet dat ze uiteindelijk die muren weer wit gaan verven.
Videos by VICE
John Cleese door Lieven Segers
Waarom koos je ervoor om enkel zwart te gebruiken?
De
titel van de expo was oorspronkelijk ‘Various Colour Concentrated
Visits’. Ik had hierbij het idee om een zestal keer Den Haag te
bezoeken, elke keer geconcentreerd op een specifieke kleur die me door
de stad zou leiden en waaruit ik dingen zou kunnen destilleren. Deze
ervaringen zouden dan vertaald worden in tekeningen of ander werk dat
in een soort van regenboogovergang door de galerie zou worden
gepresenteerd. Maar tegen de tijd dat ik eraan ging beginnen had ik al
zoveel regenbogen rondom mij opgemerkt dat ik ze niet meer af kon. Dus
heb ik dan een inleidende tekst op de muren van de galerie geschreven
waarin stond dat ik me alleen nog maar kon concentreren op de kleur
zwart, en dat ik noodzakelijkerwijs de titel moest veranderen. De
tentoonstelling heette vanaf dan ‘Paint It Black’. Ik heb dan een keuze
tussen mijn meest donkere en droefgeestige beelden gemaakt en deze bij
elkaar gebracht.
Hoe ouder je werk, hoe meer ik nog gelijkenissen zie met dat van Dennis Tyfus en Vaast Colson.
Ik
apprecieer het werk van Dennis en Vaast heel hard. We zijn ook goede
vrienden en hebben deels dezelfde interesses, dus is het waarschijnlijk
niet zo raar dat ons werk soms op elkaar gelijkt. Maar ik geloof toch
ook dat elk van ons een duidelijke eigen wereld heeft waarin we ons
artistieke ei kwijt kunnen.
Ik vind jouw werk vaak ook grappig, maar hoe zorg je
ervoor dat jouw werk meer is dan enkel een goede grap? Of hoeft het
niet meer te zijn dan enkel een goede grap?
Het onderzoek naar
de verschillende wijzen hoe humor kan worden ingezet in de hedendaagse
kunst, fascineert me. Ik heb daarrond een expo georganiseerd in het
Antwerpse Hessenhuis onder de titel ‘A Meeting Between The Tragic And
The Funny’ en het vervolg ‘The Tragic And The Funny Meet Again’ komt in
april in de Amsterdamse Brakke Grond.
In de werken die ik in deze
expo’s toon of in mijn eigen werk is het nooit de bedoeling om
uitsluitend een grap te vertellen. Er zal altijd een tweede laag zijn
waarin de toeschouwer geleid wordt naar een meer donkere of tragische
wereld. De grap dient dus meer als glijmiddel om de toeschouwer naar
een meer donkere wereld te leiden.
Juist, ja.
Het is vooral de ontmoeting tussen het komische
en het duistere die goed werkt om een beeld ook artistieke kwaliteiten
te geven.
Zou jouw werk ook passen als cartoon in een magazine?
Van
het woord cartoon krijg ik onaangename kriebels maar ik zou het zeker
zien zitten om op deze manier met mijn werk naar buiten te komen. Het
is ook niet altijd een plastisch verhaal dat ik vertel dus veel van
mijn werk zou inderdaad ook gewoon kunnen gedrukt worden.
Omdat jouw humor vrij abstract is, soms zelfs onnozel, lijkt mij
de grens tussen iets dat werkt en iets dat niet werkt erg dun. Wanneer
weet je dat iets werkt?
Ik schrijf veel dingen op losse
papiertjes. Het gaat hier dikwijls over dingen die ik opvang uit
gesprekken, of dingen die ik lees of in films zie. Deze flarden tekst
verzamel ik dan en slingeren zowat overal rond in mijn atelier. Zo nu
en dan vind ik zo’n papiertje terug en dan kan ik soms verrast zijn
door wat er op staat. Deze papiertjes raken op deze manier losgekoppeld
van de effectieve situatie waarin ze werden opgeschreven of getekend.
En ik weet dat zo’n stukje tekst of tekening goed is wanneer ze nog
blijken te werken buiten hun originele context.
De onderwerpen die je in jouw werk aanhaalt hebben soms iets
kinderlijk: schrik voor het donker, pis- en kak humor, grapjes over sex.
Dat
zijn voor mij doodgewone en dagdagelijkse thema’s. Ik heb schrik van
het donker, ik moet pissen en kakken en heel veel dingen in het leven
komen gewoon voort uit de behoefte om geliefd te worden.
Euh, ja. Laatste vraag: je komt uit Kasterlee maar je woont en
werkt momenteel in Antwerpen. Is het bijna logisch dat, als je een
kunstenaar bent en uit de Kempen komt, dat je dan uiteindelijk in
Antwerpen terecht komt?
Ik denk dat je als kunstenaar en als
mens overal kan terecht komen. Maar een stad zorgt er volgens mij wel
voor dat je beter in je eigen ritme kan leven. Dat je praktische of
sociale dingen beter zelf kunt kiezen. Je kan er altijd alles en eender
wanneer doen. Wat voor mij dan als gevolg heeft dat de stad rustiger is
dan een dorp.
JOERI BRUYNINCKX
Meer
van VICE
-

-

The Apple Watch Ultra 3, because there aren't pics of a rumored, unreleased Ultra 4 yet. – Credit: Apple -

Bruce Willis -

Nickelodeon