IK WAS EEN DAGJE SALESBOY

In ons vorige kantoor waren we niet echt down met onze onderburen. Niet dat ze boze dingen tegen ons riepen of eieren in ons kantoor verstopten, maar het waren gewoon niet zo ons type mensen. Elke ochtend stonden er ietwat louche types en gladde jongens in glimmende pakken voor de deur van ook ons kantoor. Het zou gaan om een sales- en marketingbedrijf met vrij rigoureuze methoden. Velen van ons hoorden vaak een collectief geschreeuw op maandagochtend, volgens sommigen zelfs vergezeld met het geluid van een Chinese gong. Nu we verhuisd zijn moesten we toch eens wat meer van deze jongens afweten, want geruchten over louche praktijken waren er genoeg. Dus ging ik met een plaksnor undercover solliciteren bij onze ex-buur, het bedrijf dat ons deed verlangen naar een verre vriend.

Oja, de foto’s hebben we zo undercover mogelijk geschoten, zodat het spannender lijkt.

Videos by VICE


Lekker even naar binnen koekeloeren. Ik had nooit gedacht dat je de ‘foot in the door technique’ waar ik op school nog over leerde ook letterlijk kon nemen.

DAG 1

Ik snap opeens de spanning van de SBS6 undercoverprogramma’s. Van spionnen. Ik bel aan en wordt verwacht op de tweede verdieping, ons ouwe Vicekantoor dat onze lieftallige sales-buren van vroeger nu volledig hebben ingenomen, en neem plaats naast twee meisjes op een bank. Die twee meisjes lijken al een tijdje in de prominent geplaatste plasma-tv gezogen te zitten. We luisteren en kijken met z’n drieën naar Mariah Carey die op Tmf mijn drie kleinste tenen in een ondraaglijke kramp doet schieten. Ik krijg een formulier, waarop ik dingen moet invullen als het salaris van m’n laatste twee baantjes en hoe ik mezelf in de toekomst zie. Verder omcirkel ik dat ik een strafblad heb. Ik teken dat ik het formulier waarheidsgetrouw heb ingevuld, want toen ik een tijdje geleden op de dag voor Lowlands nog een fles wodka ging halen heb ik flink wat uur in de cel gezeten nadat een agent me van straat had geplukt om mijn fiets te controleren. Nadat ik het formulier heb teruggegeven zit ik zo lang te wachten dat ik zowaar zenuwachtig begin te worden.

We worden opgehaald door een man en nemen plaats in een paarsgeverfd kamertje waar vroeger de redactiehoek was. Ik zit op een halve meter van waar ik dit stukje zou hebben geschreven als we niet waren verhuisd. Hoewel ik dan dit stukje nooit had geschreven. Mijn concentratieboog is zo kort als de gemiddelde lokken van een gabber en ik raak gefascineerd door hoe de man ons alledrie aankijkt: volgens mijn observaties een zo ongelooflijk nauwkeurige 1/3e verdeling dat ik wegdroom over met wat voor zieke methoden dat er in zijn managementtrainingen in moet zijn geramd. Net zoals zijn gemaakte spontaniteit, een paradox die het kamertje vult met ongemakkelijkheid. We krijgen te horen dat het bedrijf zich bezighoudt met face-to-face verkoop op evenementen, op straat en langs de deuren. Met name de doorgroeimogelijkheden worden benadrukt, met de opmerking dat iedereen begint met sales en zich vervolgens stap voor stap op kan werken. Dat Face-to-face verkoop onderaan deze, en alle andere ladders op de wereld staat leek me al lang een uitgemaakte zaak. Eén van de twee meisjes zegt er wel toekomst in te zien, waardoor ik gevoelens van medelijden moet onderdrukken.

Een dag later word ik uitgenodigd voor een tweede ‘meeloopdag’.


Volgens mij heeft één van de boys hier net iemand te pakken gehad. De gast met wie ik meeliep en ik stonden nog steeds op nul

DAG 2

Weer de bank, weer het plasmascherm. Dit keer met ‘Top Ten: Armin van Buuren’. Op nummer zes een collabo met Krezip, waardoor ik opeens trek krijg in heroïne. Uit een kamertje buiten mijn gezichtsveld klinkt een overweldigend gejuich, een soort kolossale yell, iets wat me beangstigt. Waarschijnlijk is er weer een target gehaald en kloppen de geruchten daadwerkelijk, al hoor ik geen gong. Plots komen er hordes in pak gehulde mannen en vrouwen het kamertje uit, waarna ik en alle medewachtenden worden opgehaald voor een kort gesprek onder zes ogen. Mij wordt verteld dat ik een dagje mee ga lopen met het huis-aan-huis mensen ronselen voor een goed doel. We vertrekken direct, maar opgaand in m’n rol vraag ik eerst nog even waar de wc’s zijn.

Met een team van vijf lopen we in pak, stropdas, en met mappen onder de arm naar de plaats des onheils. Onze wijk is in een gezellige, volkse doch redelijk rijke buurt, dicht bij mijn huis. De zon schijnt fel. Twee man pakken de ene straatkant, ik en de overige twee de overkant. We bellen aan bij de eerste huizen en er verschijnen hoofden vanaf de balkons. Ik voel me net zo opgelaten als de laatste keer dat ik Sinten Maarten liep. Onder het verkopen van kinderpostzegels wist ik ten slotte elk jaar weer uit te komen. Ik wil wegduiken, me verontschuldigen, maar mijn teamgenoot begint telkens z’n verhaal. Keurig met de techniekjes waar ik toevallig op school nog m’n thesis over heb geschreven. ‘Heeft u even één minuutje?’ ‘Leuke jas. Hoe staat u tegenover goede doelen?’ ‘Wij doen het anders dan andere organisaties’. Doel is om mensen een jaar lang een tientje per maand te laten doneren. In het verkooppraatje noemen we dat een biertje per week.

Ik moet bekennen dat het na een tijdje begint te wennen, de razzia die we op de wijk plegen. De mannen maken de hele tijd grappen en vertellen dat je in dit beroep moet blijven lachen, omdat je van de honderd keer 99 keer wordt afgewezen. De reacties van de mensen vallen me ook mee. We krijgen zelden scheldwoorden naar ons hoofd, iets wat ik terecht zou vinden. Ik begin het zelfs steeds leuker te vinden, met name door de typische reacties keer op keer. ‘Ik ben nietteens oangekleed’, roept een nog dronken man vanaf vier hoog. ‘Volleges mij ben ik al lid van Greenpies, maar bedankt en de massel’ schreeuwt een mevrouw vanaf een balkon. ‘Isset iets met God?’ Een hoop mensen staan ons met een zware kater murmelend te woord. Eén meisje vraagt gelukkig of we door hebben hoe fucking bijdehand dit is, waardoor ik weer even door heb hoe fucking bijdehand dit is: mensen in hun enige privéterrein overvallen met nare verkooppraatjes.


Ik ben de linker, stervend van de hitte en van de situatie.

Na twee uur hebben we nog niemand weten te strikken voor het biertje per week. Alleen een oude man luisterde geinteresseerd, maar die viel helaas buiten de leeftijdseis van 21-75. Mijn partner in crime vertelt dat je er tenminste tien per week moet hebben, dus twee per dag. De eerste week wordt het niet halen van je quotum door de vingers gezien, daarna lig je eruit. Maar, zo weet hij, we zijn vandaag in een rijke ter. Dat betekent een territorium dat relatief rijk is, wat inhoudt dat veel mensen lang werken en pas laat thuis komen. Toch gaat het vandaag wel erg belabberd, dus bellen we iemand die deze wijk vaker heeft gedaan, om achter het ‘wijkwachtwoord’ te komen. Elke wijk heeft zijn eigen wachtwoord; een specifieke aanpak die het beste werkt. Het wachtwoord van deze wijk blijkt als volgt te zijn: omdat er zoveel woningen boven elkaar zitten en mensen vanaf hun balkon komen kijken, moet je iets vriendelijks roepen, waarna je overgaat in iets onverstaanbaars waarbij je alleen het woord ‘vrijwilligerswerk’ duidelijk laat klinken. Vervolgens roep je of je even naar boven mag komen en verbreek je oogcontact.

Na twee rondes zeg ik dat ik het wel gezien heb, want in een derde en vierde ronde heb ik geen zin. Geen zin om juist de mensen die nog zo naïef waren om verontschuldigend te zeggen dat ze geen tijd hadden (en dus rustig een vinkje voor de volgende ronde kregen) opnieuw aan het kruis te nagelen.

Dat ik zelf zo snel gewend ben geraakt aan de rigoureuze, asociale manier van mensen benaderen, zet me achteraf aan het denken. Elk menselijk contact is een psychologisch spelletje waarbij emapthie alleen maar onhandig is. Ook bij de mensen die open doen lees je de psychologische paniek van hun gezichten af. Een van de favoriete grappen van de salesboys is om iets compleet onzinnigs in het verhaal te stoppen, omdat mensen dat niet eens horen. ‘Wij doen het anders, wij sturen hoogopgeleide mensen, dokters, smurfen en specialisten naar Afrika mevrouw.’

Een week later werd ik op de dam door twee meisjes met mappen aangesproken met ‘of ik een minuutje voor ze had’. Ik heb ze vriendelijk doch ferm uitgelachen en ze als collega’s succes gewenst. Ze begrepen dat niet, maar toen ze met stoïceins hoofd verder liepen zweer ik dat ik ze ‘Never Say Never’ van Armin van Buuren ft Jacqueline Govaert van Krezip hoorde neurieën.

EWOUT LOWIE

Thank for your puchase!
You have successfully purchased.