Tech

Twee wetenschappers hebben een plan voor wereldwijde zonne-energie ontwikkeld

Afbeelding: Wikimedia

Hoewel we al dagelijks een overdosis koolstof in onze omgeving pompen, blijven kolen, olie en gas de immer uitbreidende menselijke bezetting van energie voorzien. Ondertussen zijn wetenschappers het er met 95 procent zekerheid over eens dat onze boulemische koolstofconsumptie de oorzaak is van de snelle temperatuurstijging van de afgelopen decennia, en dat we op weg zijn naar een nog veel warmere toekomst.

Je snapt wel waar ik heen wil: een catastrofe ligt op de loer tenzij we een andere manier vinden om onze mechanische rotzooi aan te drijven. Het is noodzaak. Daarom hebben twee Britse wetenschappers, David King en Richard Layard, een idee. Hun voorstel: lanceer een internationaal zonne-energieprogramma dat wereldwijd landen aanspoort om hun geld bij elkaar te leggen en zonne-energie in een versneld traject te onderzoeken en uit te bouwen.

Videos by VICE

Het doel is om voor 2025 tien procent van de wereldwijde energie uit zonnestraling te halen en dat op te voeren naar een kwart van de wereldwijde energie tegen 2030, de kosten van deze technologie onder die van kolen of gas te brengen, en om twee specifieke doorbraken te maken in de technologie om zonne-energie ook ’s nachts bruikbaar te maken.

Ze beschrijven hun plan van aanpak in The Guardian:

“Het doel is om voor 2025 zonne-energie te leveren tegen een kostprijs onder die van fossiele brandstoffen. Alle landen worden aangemoedigd om mee te doen. De landen die deelnemen vestigen in hun eigen land grote nieuwe internationaal gecoördineerde onderzoeksprogramma’s en delen hun bevindingen met de rest van de wereld.”

Elk deelnemende land heeft als doel om binnen tien jaar het grootste deel van hun energieconsumptie door ongesubsidiëerde zonne-energie te vervangen.

De nadruk van de utopische onderzoekscoalitie ligt op het maken van twee wetenschappelijke doorbraken die de onderzoekers als sleutel tot universele zonne-energie zien: batterij-opslag en betere electrische geleiding.

  • “De eerste prioriteit is om zonne-energie 24 uur per dag beschikbaar te maken, dus ook als het nacht is of bewolkt. Dit vereist een grote doorbraak in de opslag van electriciteit.”
  • “De tweede is om de kostprijs van het geleiden van energie van gebieden met veel zonneschijn en lage grondprijzen naar bevolkte gebieden omlaag te brengen.”

Dit klinkt allemaal behoorlijk optimistisch. 2025 is niet zo ver weg en tot nu levert zonne-energie nog minder dan 1 procent van de totale wereldwijde energie. Om dat naar 10 procent te krijgen gaat een flinke klus worden – zeker omdat de fossiele brandstoflobby behoorlijk roet in het eten gooit (HA!) en het een politieke sport lijkt om met Jip en Janneke-argumenten de opwarming van de aarde tegen te spreken.

Maar toch is er hoop. De kostprijs van zonnepanelen daalt nog steeds, vooral door de wilde productie ervan in China. Sinds 1977 is de prijs van een zonnepaneel zelfs met 99 procent gedaald – en ze worden nog altijd steeds goedkoper.

Ook op het front van batterijtechnologie is er reden om optismistisch te zijn. In Amerika wordt op dit moment aan nachtelijke zonne-energie gewerkt in de Solano-centrale in Arizona. Die kan inmiddels tot zes uur aan opgenomen energie opslaan voor nachtelijk gebruik. Ondertussen zijn er enorme lithium-ion batterijen, brandstofcellen en gesmolten zout-reactoren in de maak om 24 uurs zonne-energie te leveren. Maar het staat vast dat er nog meer doorbraken nodig zijn om dit soort opties kosteneffectief te maken. 

Ook de stap daarna is moeilijk. Als we niet veel energie willen verliezen bij het transport tussen collectoren in de woestijn en de gemeenschappen die het nodig hebben, is het nodig om de efficiëntie van de geleiders drastisch te verbeteren. Maar ook hier zijn veelbelovende innovaties gaande: koolstof nanobuisjes bijvoorbeeld. Superdunne, stevige nanobuisjes verhitten niet zoals metaal dat wel doet als er electriciteit doorheen loopt. Uiteindelijk kunnen deze mogelijk gebruikt worden voor het efficiënt transporteren van energie over lange afstanden, maar het zal nog wel even duren voordat nanotubes het kunnen overnemen van conventionele stroomkabels.

Toch hebben King en Layard gelijk. Terecht stellen ze dat er “bar weinig tijd over” is. En ze hebben ook gelijk in hun stelling dat het “ondenkbaar” is dat we, gezien het feit dat de zon 5000 keer zoveel energie richting de aarde straalt als we nodig hebben, niet genoeg hiervan kunnen vangen om tegen redelijke kosten in onze energiebehoefte kunnen voorzien.

Een zonne-energie programma zou een prachtig initiatief zijn, vol van het ambitieuze optimisme dat zo mist in onderzoeksprogramma’s van staatswege, gecombineerd met het soort internationale coalitie dat zich ooit samen inspande om de ozonlaag te redden. Het is het soort coalitie dat in science fiction verhalen zich verenigt voor het verslaan van een gemeenschappelijke vijand. Maar dat is niet het soort wereld waar we nu in leven.

Onze wereld is een bitter verdeelde wereld. Een wereld waar de eigenaren van de grootste vervuilingsspuwende centrales en de grootste vloten uitlaatgas brakende auto’s weigeren de verdragen te tekenen die het overkoken van de planeet zouden kunnen voorkomen. Het falen van Kyoto en Copenhagen, en de Chinees-Amerikaanse oorlog om de prijs van zonnepanelen, maakt het onwaarschijnlijk dat er op korte termijn globaal gaat worden samengewerkt. 

Maar dat betekent niet dat we het niet moeten proberen. De klimaatverandering is waarschijnlijk het meest ingewikkelde probleem dat de mensheid tot nu toe voor zichzelf geschapen heeft – het is zo goed als onzichtbaar, alomtegenwoordig, en het vereist een structurele hervorming van onze industriële economie om het effectief te lijf te gaan. Zelfs de olie-industrie zet zijn geld er op in dat zonne-energie de energierace uiteindelijk zal gaan winnen. En elk idee dat dat proces kan versnellen is welkom.

Thank for your puchase!
You have successfully purchased.